F
[Verse 1]
F Gm
Een mooie dinsdagochtend,
F C
Ik wandel door het rood,
F Gm
Het meisje ligt te slapen,
F C
En ik, ik ga om brood.
[Verse 2]
Gm Dm
Bevrijd van moeizaam denken,
Gm Dm
Gedragen door het licht,
F C
M'n leven één moment,
Gm
Een zoet gedicht.
[Verse 3]
F Gm
Schrijvers van de schoonheid,
F C
Schrijvers van de troep,
F Gm
Het woord is aan de bakker,
F C
De bakker om de hoek.
[Verse 4]
Gm Dm
Zijn Vlaams is onbestaande,
Gm Dm
Maar ik spreek frans voor drie,
F C
In mij huist al een tijd,
Gm
Deze melodie.
[Interlude]
F Gm
F C
F Gm
F C
[Verse 5]
Gm Dm
Ik denk aan hij die opgaf,
Gm Dm
Zijn leven zonder zin,
F
Nu leeft hij slechts,
C Gm
In mijn herinnering.
[Verse 6]
F Gm
Schrijvers vol pretentie,
F C
Schrijvers zonder naam,
F Gm
Hier sta ik bij de bakker,
F C
Zie je me niet staan.
[Verse 7]
Gm Dm
Oh, lichtere momenten,
Gm Dm
Platanen op een rij,
F C
En ook nog het vooruitzicht,
Gm
Op ontbijt,
[Verse 8]
F Gm
De stad, ze toont haar charme,
F C
Ze oogt zo aangenaam,
F Gm
Alvorens met de uren,
F C
Tot broeikas te vergaan.
[Verse 9]
Gm Dm
De dag is vol belofte,
Gm Dm
De dag weegt nog geen lood,
F C
Ik heb nog recht op koffie,
Gm
En op brood.
[Outro]
F Gm
Brood,
F C
Koffie en brood,
F Gm
F C
Koffie en brood,
F Gm
F C
F Gm
F C