| G D | G Dm | G Dm | Dm D |
| G D | G Dm | G Dm | Dm D |
[Vers 1]
G D Em Am D G
Als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, oh heerlijke tijd was dat
A7 D Em Am D G
Ah, het deed mijn verstand zoveel deugd, dat ik mij wou verzuipen in bad
Em Bm Am C D
Al die vriendelijke meesters, de zon op het plein, de leerlingen met bruine boekentas
G Em Am D
Ach, hoe licht was mijn hart in die tijd, hoezeer kon ik iedereen haten
G D Em Am Am7 C G
als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, dan schiet de weemoed, mij in het hart
[Vers 2]
D G D Em Am D G
Ach..., hoe leerzaam was heel die tijd, ik zou niet weten wat
A7 D Em Am D G
Tenzij die enorme rottrap van de leraar tekenen, die mij nooit tekenen gaf
Em Bm Am C D
En de proppen die ik mocht rapen van het plein, als ik dan ook een klein kwartiertje vrij had
G Em Am D
En de ferme greep van de prefect, waarbij de botten kraakten
G D Em Am Am7 C G
Als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, dan schiet ontroering, mij in het hart
[Refrein]
Em/B Em Em/B Em
Daar gaat de bel van ringeling, 'k wou dat ik de lucht inging
Em/B Em
Rijen, rijen twee aan twee, best van al gedwee
Em Em/B Em
Binnenstromen in de muf, muffe klas alwaar ik suf
D
Zure zweters, dat doet deugd, 't lot van onze jeu-eugd
[Vers 3]
G D Em Am D G
Als.., ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, de glimlach op het gelaat
A7 D Em Am D G
De selectie wie deugt en niet deugt, de ouders verdrietig en kwaad
Em Bm Am C D
Ah, we hebben geen kind om trots op te zijn, de kennissen; owee, hun vragen doen pijn
G D Em Am D
Als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, dan zeg ik tegen mijn peuters
G D Em Am C G
Als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, dan schiet de vreugde mij in het hart
[Brug 1]
Em/B Em Em/B Em
Daar gaat de bel van ringeling, 'k wou dat ik de lucht inging
Em/B Em
Rijen, rijen twee aan twee, best van al gedwee
[Pianola]
| E | E | E B7 | B7 |
| B7 | E |
[Brug 2]
Em Em/B Em
Binnenstromen in de muf, muffe klas alwaar ik suf
D
Zure zweters, dat doet deugd, 't lot van onze jeu-eugd
[Vers 3]
G D Em Am D A
Als, als, als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, de glimlach op het gelaat
G D Em Am D G
De selectie wie deugt en niet deugt, de ouders verdrietig en kwaad
Em Bm Am C D
Ah, we hebben geen kind om trots op te zijn, de kennissen; owee, hun vragen doen pijn
G D Em Am D
Als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, dan zeg ik tegen mijn kindertjes
G D Em Am C G
Als ik denk aan m'n schoolgaande jeugd, dan schiet de vreugde mij in het hart
[Outro]
Am C G Am C G
Dan schiet de vreugde mij in het hart, dan schiet de vreugde mij in het hart
Am C G
Dan schiet de vreugde mij in het hart