De Nozem En De Non
Cornelis Vreeswijk
Continúa después del anuncio
Tono:
Dm Bb Gm C7 [Verse 1]F Dm Niemand ter aarde weet hoe hetBb Gm C7 eigelijk begonF Bb Gm C7 Het droevige verhaal van deF nozem en de nonDm Bb Gm C7 F Van de nozem en de non [Verse 2]F Dm Bb Vroeg in het voorjaar ontmoettenGm C7 ze elkaarF Bb Gm Hij keek in haar ogen en toenC7 F was de liefde daarDm Bb Gm C7 F Ja, toen was de liefde daar [Verse 3]F Dm Bb Gm Sterk is de liefde, tijdelijkC7 althansF Bb De non vergat haar plichten enGm C7 F zelfs haar rozenkransDm Bb Gm C7 F Ze vergat haar rozenkrans [Verse 4]F Dm Bb Gm Met zijn zonnebril en zijn nauweC7 pantalonF Bb Gm Verwekte onze nozem de hartstochtC7 F van de nonDm Bb Gm C7 F Ja, de hartstocht van de non [Verse 5]F Dm Bb Het is wel te begrijpen, hetGm C7 gebeurt toch elke dagF Bb Gm De nozem was verloren toen hijC7 F in haar ogen zagDm Bb Gm C7 F Toen hij in haar ogen zag [Verse 6]Continúa después del anuncioF Dm Bb Ze liepen in het plantsoen in deGm C7 prille lentezonF Bb Gm En kussen bij de vleet kreeg deC7 F nozem van de nonDm Bb Gm C7 F Kreeg de nozem van de non [Verse 7]F Dm Bb Een zekere juffrouw JanssenGm C7 sloeg hen gade door de ruitF Bb Gm Ze wist niet wat ze zag en haarC7 F ogen puilden uitDm Bb Gm C7 F Ja, haar ogen puilden uit [Verse 8]F Dm Bb Een zekere heer Pieterman keekGm C7 neer van zijn balkonF Bb Gm Hij keek stomverbaasd naar deC7 F reacties van de nonDm Bb Gm C7 F De reacties van de non [Verse 9]F Dm Bb Gm C7 Leve de liefde, zei Pieterman galantF Bb Gm C7 Maar juffrouw Janssen, dieF belde naar de krantDm Bb Gm C7 F Ja, die belde naar de krant [Verse 10]F Dm Bb Maar daar dacht eenieder dat zeGm C7 het maar verzonF Bb Dus ging ze naar de kapelaan enGm C7 F verklikte daar de nonDm Bb Gm C7 F En verklikte daar de non [Verse 11]F Dm Bb Dat, zei de kapelaan, is weerGm C7 des duivels werkF Bb Gm Zo gauw ik er niet bij ben,C7 F belazert hij de kerkDm Bb Gm C7 F Dan belazert hij de kerk [Verse 12]F Dm Bb Dankzij juffrouw Janssen en deGm C7 kapelaanF Bb Gm C7 F Maakte de politie er een einde aanDm Bb Gm C7 F Ja, er kwam een einde aan [Verse 13]Dm Dm Bb Want ze liepen namelijk zomaarGm C7 op het grasF Bb Gm C7 En de politie zei dat dat verbodenF wasDm Bb Gm C7 F Dat het gras verboden was [Verse 14]F Dm Bb De non en de nozem, die gingenGm C7 op de bonF Bb Gm C7 Een schop kreeg de nozem, deF zenuwen de nonDm Bb Gm C7 F Ja, de zenuwen de non [Verse 15]F Dm Bb Niet om het een of ander, maarGm C7 omdat het niet konF Bb Gm C7 Eindigde de liefde van de nozemF en de nonDm Bb Gm C7 F Van de nozem en de non [Verse 16]F Dm Bb Volgens Aristoteles weegt eenGm C7 zoen niet zwaarF Bb Gm Letterlijk uitstekend, figuurlijkC7 F zelden waarDm Bb Gm C7 F Vraag de non er maar eens naar