Volksliedje

De Elegasten

    Continúa después del anuncio

    Een jongen langs het water liep;
    groen was het gras.
    Een jongen langs het water liep;
    wat lag er in het gras?

    Een rokje van kant
    en een hoedje van papier.
    De jongen wist van wanten,
    de jongen had plezier.

    Een meisje dat in het water stond
    en het water was wat nat.
    Een meisje dat in het water stond;
    ziezo en dat was dat.

    Een jongen en een meisje,
    een hoedje van papier.
    De jongen en dat meisje;
    wat hadden ze plezier.

    Continúa después del anuncio

    De zon die aan de hemel zat
    straalde van de pret.
    De zon die aan de hemel zat
    heeft heel goed opgelet.

    De vlinders, de vissen,
    de vol
    gels in het riet;
    ze wilden dat niet missen
    maar... vertellen doen ze 't niet.

    En toen de zon ging slapen,
    slapen in de zee;
    en toen de zon ging slapen
    toen zwommen die twee mee.

    Ze zwommen naar het zuiden,
    zij zwommen over zee.
    De vissen zwommen zwijgend;
    de vissen zwommen mee.

    Tekst: Ivan Elegast en Jaak Dreesen
    Muziek: Herman Elegast

    Información de la canción

    Composición:

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión