'n Vreselijk avontuur

Eduard Jacobs

    Continúa después del anuncio

    Op zeek're avond ging ik met mijn verloofde
    Naar Frits van Haarlem of liever naar Carre
    En, iets wat ik haar reeds lang beloofde
    'k Nam ook haar beide ouders mee
    Ik had 'n loge laten reserveren
    Nou ja, daar was 'k toe verplicht
    Ze schenen zich ook best te amuseren
    En ik? 'k Zat met een staal gezicht

    Ik had m'n claque-hoed meegenomen
    Een fonkelnieuwe uit Parijs
    Ik kon er voor de draad mee komen
    Zo bij m'n rok, voldeed 't aan de eis
    Maar eensklaps, wil 't me niet vragen
    Wat me gebeurde, maar 't was bar
    't Hinderde m'al verscheiden dagen
    En 't kwam nou los... heus, m'n maag was in de war

    'k Hoop dat Chretienni 't me zal vergeven
    Dat ik opstond, juist onder zijn couplet
    Maar 't was nodig, daar wil 'k mijn woord op geven
    't Was niet comme il fait, maar nood breekt wet
    'k Vond in de gang 'n juf die zat te lezen
    En zo gauw ik lopen kon, ging 'k op haar af...
    En 't moest een vrouw van ondervinding wezen
    Daar ze me ongevraagd 'n sleutel gaf

    Continúa después del anuncio

    Ik vond de deur 't Kabinet voor Heren
    En 'k was gered... Goddank! 'k Was blij
    M'n claque moest ik naast me deponeren
    En ook m'n handschoenen legde ik erbij
    Maar na afloop der gewichtige operatie
    Kocht ik, nu heerlijk opgelucht
    Een doos pralines in de restauratie
    Als 'n excuus voor m'n overhaaste vlucht

    Toen ik weer in mijn loge was gezeten
    Vroeg zo mijn meisje: "Waar kom je vandaan?"
    'k Zei, dat 'k een versnapering had vergeten
    En bood haar toen de doos pralines aan
    Maar eensklaps keek z'me aan, verlegen, van terzijde
    En fluisterde haar moeder iets in 't oor
    Die op haar beurt iets tot haar ega zeide
    Zodat ik eindelijk de kluts verloor

    Toen werd 'k het mikpunt van hun aller blikken
    De een keek preuts, de and're kwaad
    De moeder dreigde in 'n praline te stikken
    En ik?... Ik wist nog van de prins geen raad
    Wat was het toch dat 't drietal zo verstoorde
    Had men me soms iets op de rug gespeld?
    Tot 'k eind'lijk ook in and're loges lachen hoorde
    Toen sprong ik op, verlegen en ontsteld

    Wat ik toen zag! Ik ben nog niet van de schrik bekomen
    Maar dat zeg 'k u, ik ga nooit weer naar Carre!
    Weet u wat ik inderhaast had meegenomen?
    't Was niet mijn claque! Maar... het deksel van de plee!!

    Información de la canción

    Composición:

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión