De Vrouwen

Eduard Jacobs

    Continúa después del anuncio

    'n Bloem, maar dodelijk haar geur
    'n Tijgerin, maar lief van kleur
    Waar w'op vertrouwen
    De vormen schoon, soms zonder fout
    Maar met 'n hart, als ijs zo koud
    Dat zijn de vrouwen!

    Wie zou 't geloven, die haar zag
    Met hare kinderlijke lach
    Dat ze inhalig
    Dat dit alleen maar 'n vernis
    Ja alles uit bereek'ning is
    Maar zoet en zalig

    Ze klemt zich lieflijk aan ons vast
    Maar neemt, wat haar 't beste past
    Wat haar kan baten
    En hij die haar goedwillig geeft
    Maar eind'lijk dan geen cent meer heeft
    Wordt wreed verlaten

    Continúa después del anuncio

    En ach, de arme jongeman
    Die het maar niet begrijpen kan
    Hij staat te beven
    En toch nog voor een enk'le zoen
    Zou hij 'n diefstal voor haar doen
    Geeft hij z'n leven

    Maar zij, ze ziet: ze heeft de buit
    Dus nu is het voor altijd uit
    Waarom te dralen?
    Bleef hij bij haar, geeft dat maar last
    En dat is iets wat 'r niet past:
    Ze moet betalen

    En hij, die voor haar alles liet
    Ziet zijn ellende in 't verschiet
    Wanhopig zijnde
    Heeft hij zich op 'n zeek're nacht
    Voor hare deur om hals gebracht
    Dat was 't einde

    En toch gevoelen wij, ten spijt
    Van alles, hun aantrekk'lijkheid
    Maar niet verflauwen
    't Wezen, dat met 'n enkel woord
    Ja, toch de sterkste man bekoort
    Dat zijn de vrouwen!

    Información de la canción

    Composición:

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión