Ballade Zijnde Een Verweerdicht Tegen Franc Contier

Ernst Van Altena

    Continúa después del anuncio

    In 't rijk vertrek, bekleed met zware zijde
    Lag de kanunnik, uitgezakt en vet
    En minnares Sidoine aan zijn zijde
    Was zacht en teer en lieflijk geblanket
    Zij speelden nacht en dag in 't donzen bed
    Naakt tegen naakt hun amoureus duet
    En dronken wijn en aten fijn banket
    Een smalle kier heeft mij een blik gegeven
    Op dat taf'reel. En toen werd dit mijn wet
    Geen schat zo groot als een gerieflijk leven

    Als Franc Contier dat leven in kon drinken
    Dan was op staande voet zijn hang voorbij
    Naar uiensoep, waarvan een mens gaat stinken
    Hij en zijn Helena zijn nu reeds blij
    Met knoflookmaal en zuremelkse brij
    Het staat ze vrij, maar het is niets voor mij
    En als zij willen minnen in de wei
    Dan vraag ik u: mag men niet hoger streven
    Ik kies een donsbed voor mijn vrijerij;
    Geen schat zo groot als een gerieflijk leven

    Continúa después del anuncio

    Zij eten gierstebrood in grauwe hompen
    En water is hun dagelijkse wijn
    Zo'n maal is goed om iemand af te stompen
    En zelfs als alle vogels, groot en klein
    Die tot aan Babylon te vinden zijn
    Mij fluitend steunden met een zoet refrein
    Dan nog deed zulk een maal mijn kaken pijn
    Laat Franc zijn lief beminnen in de dreven
    Alleen een pummel kan daar blij mee zijn;
    Geen schat zo groot als een gerieflijk leven

    Gij Prins die oordeelt, oordeel naar uw recht;
    Maakt het gerief ons leven niet verheven
    Als jongen heeft men mij al vaak gezegd
    Geen schat zo groot als een gerieflijk leven

    Información de la canción

    Composición: Foco y E. Du Bois

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión

    Canciones relacionadas