Grafschrift Van Villon (ballade Van de Gehangenen)

Ernst Van Altena

    Continúa después del anuncio

    Gij mensenbroeders die ons overleeft
    Gedenkt ons zacht, gedenkt ons niet vilein
    Want juist als gij erbarmen met ons heeft
    Zal God ook jegens u genadig zijn
    U ziet ons hier gegangen per dozijn
    Ons vlees, door ons gespijsd tot aan de strot
    Is sedert lang verteerd, vergaan, verrot
    Wij beend'ren worden ook tot stof gewreven
    Dat niemand lacht om ons zo droevig lot;
    Bidt slechts tot God dat Hij het ons vergeve

    Als wij u broeders noemen, kijk dan niet
    Misprijzend, ook al bengelen wij hier
    Met reden en terecht. Wie logisch ziet
    Weet dat de mens vaak dom is als een dier
    Vraagt dus voor dit dozijn, dood als een pier
    De hoge gratie van Maria's kind;
    Dat Hij ons net als ieder mens bemint
    En onze ziel niet in de hel doet beven
    Ons lijf is dood, verdwenen met de wind;
    Bidt slechts tot God dat Hij het ons vergeve

    Continúa después del anuncio

    De regen spoelde en waste onze huid
    De zon heeft ons geblakerd en gelooid;
    De eksters pikten ons de ogen uit
    De kraaien hebben ons de baard gerooid
    En zelfs de laatste rust krijgen wij nooit;
    Wij zwaaien en wij draaien met de wind
    Die met ons speelt gelijk een kaatsend kind
    Veel vogelsnavels kwamen ons doorzeven
    Zorgt dus dat u hier nooit uw einde vindt
    Bidt slechts tot God dat Hij het ons vergeve

    Prins Jezus, hoor ons aan, wij smeken luid;
    Zorg dat de duivel ons niet krijgt als buit
    Laat ons toch niet in hete vlammen sneven
    Gij mensen, lach ons kaal karkas niet uit
    Bidt slechts tot God dat Hij het ons vergeve

    Información de la canción

    Composición: Foco y E. Du Bois

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión