Aeneas Nu
Boudewijn De Groot
- Ab
- C
- F
Continúa después del anuncio
Tono:
C [Verse 1]C Er was geen eind en geen begin toenF C Aeneas werd geboren.C En nu ik aan 't zoeken ben, slaanF C de klokken in de torenF het verhaal voor wie 't wil horenAb C van een eindeloze reis. [Verse 2]C Een man veegt scherven bij elkaarF C en metselt zerken in de grondC ik wandel door dit doodsgevaarF C omdat ons huis hier vroeger stondContinúa después del anuncioF maar ik ben vreemd en ongezond opAb C een eindeloze reis. [Verse 3]C Ik kom misschien aan een stationF C door schele bedelaars verwachtC de laatste trein ontmoet de zon deF C avond valt angstwekkend zachtF en ik ben vreemd en zonder krachtAb C op een eindeloze reis. [Verse 4]C En als ik vraag waar ik nu ben,F C staren mensen achter kragenC naar de straat ver weg van hen,F C niemand antwoordt op mijn vragenF want ik ben vreemd en al vele dagenAb C op een eindeloze reis. [Verse 5]C En als niemand mij verwacht, kom ikF C t'rug en dan zal blijken:C het was nooit zoals ik dacht en hetF C zal er nooit op lijkenF het is vreemd, vreemd om neer teAb C strijken na een eindeloze reis.