Walter Ballade Van Een Goudvis

Jan De Wilde

  • Am
  • Bb
  • C
  • Em
  • F
  • G
Continues after the ad
Key:
C F Em C Bb Bb C [Verse 1]
C F Em C Walter was heel tenger toen hij op de wereld kwam
G C G hij bestond praktisch enkel uit wat benen
C F Em C wat roos-blauw rimpelig vel en een veel te grote kop
G C z’n moeder durfde hem bijna niet spenen. [Verse 2]
C F Em C Maar na veel nachten zonder slaap, veel zorgen en geduld
G C G werd Walter al wat sterker en op zeven
C F Em C was ie ‘n doodgewone knaap, een beetje bleek misschien
G C met het vooruitzicht op een onopvallend leven. [Verse 3]
C F Em C Walter zat soms urenlang in het kippenhok,
G C G of soms op de knieën van z’n vader
C F Em C die zong in falset: Zalig zijn de zuiveren van hart
G C ze zullen tot de Heer worden verzameld! [Bridge]
Bb F C G Zijn vader, hoogstwaarschijnlijk zelf een zuivere van hart
Bb F C G werd enkele jaren later ook verzameld
C Am F C hij deed net een uitval naar een zilveruitje op z’n bord
C F G C het was gewoon maar een breuk van de hartader. [Verse 4]
C F Em C Walters oom vond hem een baantje bij de Brabantbank
G C G hij deed z’n paperassenwerk voorbeeldig
C F Em C de directeur zei van ‘m: Walter is een flinke kracht
G C maar om het ver te schoppen wat te melig ! [Verse 5]
C F Em C Z’n vrienden schimpten: Heb jij wel eens ooit een vrouw gehad ?
Continues after the ad
G C G hij glimlachte onzeker en verlegen;
C F Em C Kom zaterdag na achten eens met ons mee naar de stad
G C hij zei niet ja en sprak ze ook niet tegen. [Verse 6]
C F Em C Op zaterdag, na achten, klom Walter reeds in bed
G C G terwijl het buiten naar jasmijnen geurde
C F Em C regelde zijn wekker, sloeg z’n bijbel op en las
G C wat indertijd met Habakuk gebeurde. [Bridge]
Bb F C G Toen nam de Brabantbank een nieuwe hulpboekhouder aan
Bb F C G Saskia was mooi en heel gewillig,
C Am F C ze had vreemde licht ogen, ze was jong, ze was niet dom
C F G C ze liet Walter helemaal niet onverschillig. [Verse 7]
C F Em C De eerste keer dat hij haar vroeg, zei Saskia: misschien
G C G ze vond hem saaier dan ‘n dooie goudvis
C F Em C de tweede keer keek Saskia heel ernstig en zei ja
G C een mens moet zich toch vestigen voor hij koud is ! [Verse 8]
C F Em C ‘n Anjer in z’n knoopsgat liep Walter naar z’n werk
G C G liep zachtjes fluitend door de straten,
C F Em C de deur stond op ‘n kier, hij trok zich eventjes terug
G C ze waren over Saskia aan ‘t praten. [Verse 9]
C F Em C Arme stomme Walter, zei de hoofdboekhouder traag,
G C G je zou ‘m best niet op dat feestje vragen
C F Em C Jezus, Jezus, deed er een, wat heb ik in die laan
G C ‘n pret gehad met Saskia in m’n wagen. [Bridge]
Bb F C G Walter stond weer buiten, staarde in de zon
Bb F C G Heer, in wie moet ik nog geloven?
C Am F C Het zoemde in z’n schedel, het antwoord kwam terstond:
C F G C Bestemmeling is onbekend hierboven. [Verse 10]
C F Em C De mensen lachten toen hij zei: Heer, wat moet ik doen ?
G C G Hij hoorde niets, hij leek wel in extase,
C F Em C het antwoord kwam dit keer van de affiches aan de muur
G C z’n ogen lazen vaag: Houdt goed uw Pasen! [Verse 11]
C F Em C Walter liet ‘n advertentie plaatsen in de krant:
G C G ik verklaar dat ik geen schulden zal betalen
C F Em C die Saskia gemaakt heeft, daar ik het echtelijk dak
G C verlaten heb, getekend W. De Schraele. [Verse 12]
C F Em C Walter keerde nooit terug naar de Brabantbank
G C G hij leerde eigenhandig kleiwerk draaien
C F Em C z’n kleren stonken maar hij zei: De vogelen des velds
G C ze ploegen niet, ze zaaien noch ze maaien ... [Bridge]
Bb F C G Hij leeft nu van z’n beeldhouwwerk, maakt Saskia’s van klei
Bb F C G ze lijken allemaal wel heel tevreden
C Am F C ‘k Ben de Alfa en de Omega, bromt hij zacht in zichzelf
C F G C ik heb de sleutels van de toekomst en ‘t verleden.
Song details

Composition:

Did you see an error?

Submit review