De bokswedstrijd

Jasperina de Jong

    Continúa después del anuncio

    Je vader het me zondagavond meegenomen
    D'r was een bokswedstrijd in 't Concertgebouw
    D'r was een neger voor uit Afrika gekomen
    't Was een gedrang, in 't portaal lag ik al flauw
    Ik heb tot nou an toe nog niet kunnen beseffen
    Waarom d'r zoveel duizend mensen kijken gaan
    De mensen vinden 't gewoonweg een traktatie
    Te zien, hoe ze mekander ongelukkig slaan

    D'r waren vier gewone touwetjes gespannen
    In 't vierkant, en dat noemen die lui daar een ring
    Aan ied're kant een emmer water met een handdoek
    Dat was voor as d'r eentje van z'n stokkie ging
    Ineens twee hele naakte gosers op 't schavotje
    Ik schrok me mottig, meid, en zei tot pa: "Verrek
    Had jij me dat niet van te voren kunnen zeggen?"
    Ik zat te beven met een kleur tot in mijn nek

    Merie, die stieren gingen samen aan 't rauzen
    Bij iedere slag dacht ik: D'r gaat er een om zeep
    Die ene kreeg een hengst, precies tussen z'n ogen
    Je zag geen ogen meer, je zag alleen een streep
    Die ander was z'n kaak uit het model geslagen
    Die stond te duizelen: 'k zeg "Vader is 't nou uit?"
    "Nee", seit ie, "Vrouw, die ene moet 'm blijven knokken
    Totdat die heer in 't midden op zijn fluitje fluit"

    Continúa después del anuncio

    Na ied're drie minuten gingen z'effen zitten
    Dan lagen ze voor een mirakel op een stoel
    Twee kerels stonden dan te zwaaien met een handdoek
    Je vader zei: "Wat krijgt die blanke op z'n smoel"
    Die zwarte stond maar met z'n vuisten rond te malen
    Je vader zei "Hij gaf 'm daar een reuze swing"
    Hij zat te klappen, toen die stumper op de grond lag
    En riep: "Bravo"; hoe vind je zo'n ellendeling

    In ene sloeg de Amsterdammer achterover
    Ze gingen hardop tellen: een, twee, drie, vier, vijf
    Bij zes stond die waarachtig alweer op z'n poten
    En gaf die neger een urk op z'n onderlijf
    Ik zeg: "Ik ga d'r uit, ik kan niet langer aanzien
    Dat zo een mens hier tot hachee geslagen wordt"
    Toen zei je vader: "Weet jij veel, dat is 't fijne
    Daar hei jij geen verstand van, mens, dat is de sport"

    De neger het toch de merakelslag gekregen
    Je vader sprong toen op z'n stoel en riep: "Nok out"
    Toen ben ik, half dood, de deuren uitgevlogen
    Ik docht ik stikte, meid, ik had het zo benauwd
    En thuis vroeg ik je vader wie toch die meheer was
    Die in het midden stond; toen zei die: "Dat is kras
    Je bent toch in 't Concertgebouw geweest, niet ouwe?
    Wist je niet dat het Willem Mengelberg was?"

    En midden in de nacht gaat vader aan 't schreeuwen:
    "Word nou es wakker moeder, sta es effen op
    Dan zal 'k je wijzen, hoe j'een linkse hoek mot geven"
    Toen sloeg ik 'm met de pook een kuiltje in z'n kop
    Ik zeg: "Ouwe suikerbakker, mot je mijn daar brengen?
    Ik heb van jullui sport dan geen verstand misschien
    Maar ik ga liever fijn een avondje naar Flora
    Ga jij maar boksen vent, maar mijn niet meer gezien"

    Información de la canción

    Composición:

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión

    Canciones relacionadas