Het Feest Dat Nooit Gevierd Werd

Jules de Corte

    Continúa después del anuncio

    Hoewel hij aan de stad het land had
    Bewoonde hij een fluttig flatje
    In het drukke hart van Hollands randstad
    Ter wille van een vaste baan
    Een raam waardoor hij op de kerk keek
    Zijn altijd eendere sigaretje
    De vijfenveertiguurse werkweek
    Gaven hem grond om op te staan
    Hij had een vrouw en een teevee
    Die vielen allebei nog wel eens tegen
    Die vielen allebei nog wel eens mee
    En zomers was er dan de regen
    En met de rest was hij best tevree

    Omdat er op zijn balkon geen wild zat
    Verschafte hij zichzelf de weelde
    Twee parkietjes en een schildpad
    Het stelde verder niet veel voor
    Een tafel en een paar fauteuiltjes
    Een orgel waar hij nooit op speelde
    Het was allemaal niet veel beschuitjes
    Maar het kon er toch nog wel mee door
    Geen echt plezier, geen echt chagrijn
    Geen echte vrede en geen echte ruzie
    En in het leven aan een vaste lijn
    En 's winters was er de illusie
    Van het zal nou wel gauw wat warmer zijn

    Continúa después del anuncio

    Een man die nooit iets avontuurde
    Die 's avonds dutte of de krant las
    Die elke droom het bos in stuurde
    Tot hij geen enkele droom meer had
    Passief in elke situatie
    Net levend of hij een soort plant was
    Zijn dorst naar honger en sensatie
    Die stilde hij met het ochtendblad
    Hij had een vrouw en een teevee
    Op tijd te werken en op tijd te eten
    Het viel niet tegen en het viel niet mee
    En toen de maat was volgemeten
    Is hij gestorven op de wc

    Información de la canción

    Composición: Jules Corte

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión