Kom Hier Dat Ik U Draag
Kommil Foo
Continúa después del anuncio
Tono:
G Aan de man die ’s ochtends opstaatBm bij wie het leven als een natteEm Em dweil keihard in zijn gezicht slaatAm − die met de moed der wanhoopAm zijn koffie drinkt, zijn krantD leest,D G zijn dikke hond uitlaat − aan deBm vrouw op de fiets met het kind, manmoedig vechtend tegen deEm Em regen en de stugge wind, dieAm zich afvraagt wanneer dat lang verwachte droomleven nu eindelijkAm D D begint − aan de buschauffeurG aan de bakker op de hoek en zijnBm Thaise vrouw − die zo mooi lachtEm en honderduit praat, − maarEm waarvan je met de beste wil van deAm wereld geen woord verstaat − aanAm de mannen achter de vuilniskar −D aan de jongens op de tram − aan de kerel op het dak, met z’n thermosD en z’n boterhamG Bm aan die man, die moedige man,Em Em die man die weigerde te haten, ook al werd hem het grootste onrechtAm van de wereld aangedaan − aan die dichter die moest zwijgen, dieAm moest kruipen, maar die in zijnD eigen hoofd steevast pal rechtopD G bleef staan − aan elke godvergetenContinúa después del anuncioBm zuiper in elke godvergeten kroeg,Em Em die meebrult met het refrein −Am aan de minister en zijn nachtrust,Am aan de boer met kiespijn − aan deD mensen in de zaal, stuk voor stuk,D allemaalC Bm kom hier, kom hier dat ik u aanEm mijn borst druk − kom aan mijnEm hart, dat ik mijn hand haal door uwAm haar − dat ik u kan vragen of ge iets wilt drinken, koffie misschien,Am eventueel een glas wijn − en dat gij dan kunt zeggen dat ge liever alleenD D G wil zijn, ook goed − maar misschienBm hebt ge zin om te praten − om te vertellen wat er op uw hart ligt, opEm uw schouders drukt, elke twijfel, elke gemiste kans, elke niet gesteldeEm Am vraag − wat ge in de loop der jarenAm allemaal hebt beloofd en geloofd en waar ge nu misschien spijt van hebtD D elke overwinning, elke nederlaagG − kom hierBm Em kom hier, dat ik u draag − komEm Am hier,komAm D D dat ik u draagG Bm aan het magere meisje, aan deEm jongen op de brug − aan de oude vrouw met haar tas enEm Am haar kaarsrechte rug − aan de buurvrouw en haar ongeneeslijkeAm onvermogenD D om simpelweg content te zijnG Bm Aan het pasgeboren kind dat alles al weet − aan Marcel die er nooit echtEm bij hoorde, gewoon omdat hij veelEm Am te veel zijn best deed − aan Marie,Am D D aan Lisa, aan André, aan jouC kom hier, kom hier dat ik u aanBm mijn borst druk − kom aan mijnEm hart, dat ik mijn hand haal door uwEm Am haar − dat ik u kan vragen of ge iets wilt drinken, koffie misschien,Am eventueel een glas wijn − en dat gij dan kunt zeggen dat ge liever alleenD D wil zijn, ook goed − of dat gij aanG mij vraagt of ik iets wil drinken −Bm want misschien heb ik wel zin om te praten − om te vertellen wat erEm op mijn hart ligt, op mijn schoudersEm drukt, elke twijfel, elke gemisteAm kans, elke niet gestelde vraag − wat ik in de loop der jaren allemaalAm hebt beloofd en geloofd en waarD ik nu zo’n spijt van heb − elkeD G overwinning, elke nederlaag − komBm hier zegt gij,Em Em Kom hier dat ik u draag, kom hier,Am Am kom, dat ik u draagD D G Bm Em Em Am Am D D