Een vrolijk biggetje

Robert Long

    Continúa después del anuncio

    Ik ben een vrolijk biggetje, al ben ik nog maar klein
    'k Heb vijftig broers en zusjes en dat vindt m'n moeder fijn
    Door vrolijke hormoontjes
    Krijgt ze dochtertjes en zoontjes
    Die dan na een maand of acht
    Gezellig op transport gaan en dan worden ze geslacht

    Knor knor, joeghei
    O, wat een vrolijk leventje
    Knor knor, joeghei
    Wat heerlijk leven wij

    Ik ben een vrolijk biggetje, ik heb ontzettend dorst
    Maar na een week of drie mag ik niet meer aan mama's borst
    Dan krijg ik varkentjesdiner
    En daardoor krijg ik diaree
    Maar da's niet erg, hoor
    Want daar heeft onze baas gelukkig medicijntjes voor

    Knor knor, joeghei
    Dat vinden wij niet erg, hoor
    Knor knor, joeghei
    Hoe kom je daar nou bij

    Ik ben een vrolijk biggetje, ik lach de hele tijd
    Al ben ik dan m'n tandjes en m'n kleine staartje kwijt
    En strakjes word ik onverdoofd
    Ook van m'n balletjes beroofd
    Dat doet wel even pijn
    Maar anders zou m'n smaak ook niet zo overheerlijk zijn

    Continúa después del anuncio

    Knor knor, joeghei
    We leven echt voor u, meneer
    Knor knor, joeghei
    We zijn er lekker bij

    Ik ben een vrolijk biggetje, zo opgewekt en blij
    We hoeven niet naar buiten om te spelen in de wei
    We mogen met z'n allentjes
    In heel speciale stalletjes
    Waar 't zonlicht nooit zal zijn
    En straks liggen we lekker in 't schap bij een grote supermarkt

    Knor knor, joeghei
    We trappelen van ongeduld
    Knor knor, joeghei
    We komen niet meer bij

    Ik ben een vrolijk biggetje, m'n moeder is een zeug
    Ze heeft me nu al uitgelegd waar 'k allemaal voor deug
    Voor karbonaadjes en sateh
    Gehakt en worst en voor pate
    En als ik eenmaal ga
    Dan zit ik lekker boordevol antibiotica

    Knor knor, joeghei
    Dus schep nog maar 'ns op, mevrouw
    Knor knor, joeghei
    Gezond voor jou en mij

    Knor knor, joeghei
    We leven echt voor u, meneer
    Knor knor, joeghei
    We zijn er lekker bij

    Knor knor, joeghei
    We trappelen van ongeduld
    Knor knor, joeghei
    We komen niet meer bij

    Knor knor, joeghei
    Kom, schep nog maar 'ns op, mevrouw
    Knor knor, joeghei
    Gezond voor jou en mij

    "Mammie?
    Ja, schat
    Waarom worden wij maar acht maanden
    Anders worden we te duur
    Hoe oud werden we vroeger dan, mam
    O, vroeger konden we wel veertien worden
    O, werd dat dan niet te duur
    Nee, want toen aten we 't afval van de mensen
    O
    En dat was niet duur en heel nuttig
    Ja
    En ook nog lekker
    Ik weet nog dat jouw over-, over-, over-, overgrootmoeder op een boerderij in
    Gelderland woonde waar ze een heel weiland tot haar beschikking had om fijn in te grazen en in de modder te rollen
    En als 't dan koud werd, dan ging ze de stal binnen
    En jouw over-, over-, over-, overgrootvader, die had een prachtige krul in z'n staart"

    Información de la canción

    Composición:

    ¿Los datos están equivocados?

    Enviar revisión