Perenbloesem

Robert Long

    Continues after the ad

    Ik was pas vier toen wij naar Ederveen verhuisde
    En in het begin was ik verschrikkelijk alleen
    Ik was de stad gewend met circus, trams en bioscopen
    En nu opeens alleen maar gras en wolken, vee en sloten om mij heen
    Het was achtenveertig toen mijn ouders gingen scheiden
    Wij waren arm, het meeste was nog op de bon
    En mijn moeder vond een baan als huishoudster om voor ons twee te zorgen
    Waarna de tijd die ik de perenbloesem jaren noemde begon

    De tijd van perenbloesem was een tijd van onvervuld verlangen
    Zonder rechten, zonder eisen want die had je niet als kind
    Je moest naar school en naar de kerk met zijn psalmen en gezangen
    Waar de god der wrake heerste met een ijzig schrikbewind
    Volgens de dominee was god ook goedertierend
    Omdat voor Christenen de hemel open stond
    Toen ik hem vroeg of dat dan ook gold voorde dieren
    Was het antwoord nee, dat vond ik zo zielig voor mijn hond

    Ederveen, gereformeerd en vaak bekrompen
    Elke dag een dik uur lopen naar de school van meester spek
    Op mijn stugge houten blank geschuurde klompen
    En het zakje boterhammen aan een koordje rond mijn nek
    Ederveen

    Continues after the ad

    De tijd van perenbloesem was toch ook een tijd van licht en ruimte
    Elk seizoen zijn eigen geuren, gras en bloemen, hooi en mest
    De tijd bestond wel maar het was anders, alles had zijn eigen tempo
    Ieder dier zijn eigen plek, een stal, een kooi, een hok, een nest
    Als ik uit school kwam dan was mijn moeder daar
    Dan had ze altijd de thee op het waxinelichtje staan
    Ze hield van mij maar voor het dorp bleef zij die stadse
    Die schoenen droeg en van haar man af was gegaan

    Ederveen, een beetje stug en achterdochtig
    Tussen de velden vol met koeien, bieten, aardappels en graan
    Je kon zo liefelijk zijn en tevens zo hardvochtig
    Voor wie er plotseling alleen met zijn problemen kwam te staan
    Ederveen

    Die tijd van perenbloesem heeft mijn toekomst fundament gegeven
    Maar de wereld van mijn moeder zakte weg in een moeras
    Ze had geen kueze maar het was beslist niet haar manier van leven
    En dat snapte ik pas lang nadat ze overleden was
    Vlak na de oorlog was gescheiden zijn een schande
    En ook om mij zal ze de stad wel zijn ontvlucht
    Maar toen het noodlot haar in Ederveen liet stranden
    Moet ze vaak hebben gedacht: Oh God, ik stik in dit gehucht

    Ederveen, het dorpste dorp van alle dorpen
    Ik heb er lezen, schrijven, rekenen en schuldbesef geleerd
    En echt, de goede kanten heb ik nooit verworpen
    Maar ik weet wel, als God bestaat, dan is hij niet gereformeerd

    Song details

    Composition:

    Did you see an error?

    Enviar revisão