Fonske En Fronske
Urbanus
- C
- F
- G
Continúa después del anuncio
Tono:
C Fonske had een vader die zo sterk was als een reusF G en zo groot dat hij de boomtoppenC kon rakenC Hij had twee rechter handen, het was de beste stielenmanF G C Alles wat hij droomde kon hij makenC En hij maakte een speeltuin van kilometers langF G waar Fonske naar believen mocht inC spelenC Met echte cowboybergen en een piratenzeeF G en een woestijn met schatten enC kamelen [Bridge 1]F En videospelletjes en een computerzaalC en een flipperkast met balletjesG van goudF Hij kreeg ook een atoombom en een fiets en een raketC en een kostuum van een echteG astronaut [Verse 2]C Op't einde van de week, was vader oh zo moeF G hij zei: "ik ga wat rusten voorC een poosje"C Je mag met alles spelen, alles is van jouF G maar raak niet aan hetC lichtgevende doosjeC Toen vader terugkwam, opgewekt en frisF G Zat Fonske in zijn Cadillac teC treurenC "Vader ik verveel me, ik voel me zo alleenF G Kan je nog eens iets latenC gebeuren?" [Bridge 2]F En Fonske viel in slaap en toen hij wakker werdC Zat er daar een meisje in zijnG raampjeContinúa después del anuncioF Ze was mooier dan zijn flipperkast en zachter dan het grasC Ze kon lachen en Fronske was haarG naampje [Verse 3]C Fonske en Fronske keken naar het speelgoedlandF G C vanuit het kasteel van DoornroosjeC "We mogen alles hebben, alles is van onsF G C behalve dat lichtgevende doosje"C De stofzuiger die hoorde dit en hij kroop naderbijF G "Je mag niet in het doosje maar jeC weet toch niet waarom.C Open jullie oortjes en luister eens naar mij.F G Jullie pa wordt alsmaar slimmer enC jullie blijven dom" [Bridge 3]F "In het doosje ligt de sleutel van de poort der geheimenC G en de ringen die de koningen dragenF een wekkertje dat tikt tot het einde der tijdenC en een zwaard om de dood mee teG verjagen." [Verse 4]C Fronske werd nieuwsgierig, ze bloosde en begonF G C jeuk in haar vingertjes te krijgenC Fonske zei: "Kijk maar eens, ik zeg het niet aan vaF G ik geef m'n erewoord dat ik zalC zwijgen"C Maar vader die op voorhand wist wat de kindjes gingen doen,F G C vermomde zich in een tomatenzaadjeC Hij kon alles horen, hij kon alles zienF want hij loerde door hetG C sleutelgaatje [Bridge 4]F En Fronkse nam het deksel van het doosje af en zagC dat het lichtje een appel zat teG etenF Het lichtje zei: "Kindertjes al wie hier van bijt,C die weet alles wat de anderen nietG weten." [Verse 5]C Ze beten met hun tandjes het appeltje in tweeF G en begonnen op het klokhuisje teC kauwenC Fonske riep verwonderd: "Ik voel me al zo slim.F G Ik zou mezelf een speeltuin kunnenC bouwen."C Maar vader stormde binnen, er kwam donder uit zijn stemF G C en bliksmems uit zijn ellebogenC De kindjes zakten angstig tot hun knietjes in de grondF G en voor't eerst kwam er regen uitC hun ogen [Bridge 5]F Vader sloot de kleintjes in een diepe kelder opC G tussen de spoken en de spinnenF En nooit of te nimmer mochten ze eruitC en vader kwam ook nooit of nimmerG binnen [Verse 6]C Dit alles stond in het sprookjesboek van de tovenaarF G maar de blaadjes die zijn eruitC gevlogenC Hij maakte ook de sterren en de aarde en de maanF G maar ik weet niet of dat waar isC of gelogen.