Piere De Beeste

Willem Vermandere

  • A
  • D
  • G
Continúa después del anuncio
Tono:
D G D G D G A
D D [Verse 1]
D Mensen hort en komt al te gare,
D zet junder nere en ziet da'j't
G verstaat,
G want 'k ga j'gaan vertellen van
D Piere, de beeste,
D A ne reus van ne vent, ne rare
D G A D D karwaat. [Verse 2]
D Je kon het al zien van kleins in de wiege:
D dat kind was uitzonderlijk kloek
G gemakt;
G hij schupte en stampte zo met z'n
D beentjes,
D A hij is zelfs ne keer deur zijn
D G A D D wiege gezakt. [Verse 3]
D Hij groeide, hij groeide, hij bleef ie maar groeien,
D groeien zonder ende, 't was leutig
G om zien;
G zijn maatjes in schole kwamen maar
D met moeite,
D A ze kwamen maar met moeite tot just
D G A D D aan zijn kniên. [Verse 4]
Continúa después del anuncio
D En je kan nu wel peinzen dat ventje had honger,
D een groot boerebrood was 't
G beginnen nog nie weerd;
G zijn vader moest wroeten slag om
D slinger,
D A want Piere kon eten, eten lijk een
D G A D D peerd. [Verse 5]
D En Piere wrocht heel zijn leven bij de boeren
D en trok ie de karre en slachtte het
G zwijn,
G e sliep in de koeistal bie de
D beesten,
D A want in een bedde en kost ie niet
D G A D D in. [Verse 6]
D En Piere bleef jonkman, mo ja, zo'n posture,
D nie voor zijn leute want 't dei
G hem wel zeer;
G als 't jong volk ging dansen en
D vrijen langs de strate;
D A en heeft nog gebleit, ja, meer dan
D G A D D ne keer. [Verse 7]
D Maar hij velde de bomen en droeg z'op zijn schoere,
D honderden kilo's ie smeet z'in de
G lucht;
G e was ie de sterkst'n van uren in
D 't ronde,
D A de grootsten bandiet goenk voor
D G A D D hem op de vlucht. [Verse 8]
D En de mensen zeiden, ja, ze zeggen zo vele,
D waar of geen waar, maar ze zeggen
G 't alijk;
G ze zeiden : Dag Piere, en peinsden,
D "de beeste",
D A zo trekken z'een mens zijne name
D G A D D door 't slijk. [Verse 9]
D 't Is waar maar hij leefde ie just lijk een beeste,
D veel schone praat kwam d'er nie
G uit zijn mond;
G e goenk van ze leven nooit naar de
D messe,
D A en z'hebben hem begraven lijk nen
D G A D D hond in de grond. [Verse 10]
D Maar as'k nu nog peize op Piere, de beeste,
D dan schiet er in mijn kop nog
G altijd die wens:
G der moesten der meer zijn lijk
D Piere de beeste,
A want dat was een kerel, dat was nog
D een mens.
Información de la canción

Composición:

¿Los datos están equivocados?

Enviar revisión